Theorie
Machtsregel oefenen
Je gebruikt de machtsregel bij een macht van x. De macht komt naar voren en wordt daarna één lager.
f is de functie die je differentieert. a is het getal voor de x, n is de macht.
f(x)=axnf′(x)=n⋅axn−1
Stappenplan
- 0Kijk of de functie één macht van x is, eventueel met een getal ervoor. Dan is het de machtsregel. Een los getal, zonder x, heeft afgeleide 0.
- 1Noem de functie f. Schrijf haar als f(x)=axn. Het getal voor de x is a. De macht is n.
- 2Haal de macht naar voren en vermenigvuldig met a. De nieuwe macht is n−1, dus één lager.
- 3Schrijf het antwoord: f′(x)=n⋅axn−1. Werk de getallen uit tot één net antwoord.
Drie voorbeelden
f(x)=5x3
- Stap 0. Er staat één macht van x, met een getal ervoor. Dat is de machtsregel.
- Stap 1. a=5 en n=3, dus f(x)=5x3.
- Stap 2. De macht 3 komt naar voren. De nieuwe macht is 3−1=2.
- Stap 3. f′(x)=3⋅5x2=15x2.
Antwoord: f′(x)=15x2
f(x)=−4x6
- Stap 0. Er staat één macht van x, met een negatief getal ervoor. Dat is de machtsregel.
- Stap 1. a=−4 en n=6, dus f(x)=−4x6.
- Stap 2. De macht 6 komt naar voren. De nieuwe macht is 6−1=5. Het minteken blijft staan.
- Stap 3. f′(x)=6⋅(−4)x5=−24x5.
Antwoord: f′(x)=−24x5
f(x)=21x8
- Stap 0. Er staat één macht van x, met een breuk ervoor. Dat is de machtsregel.
- Stap 1. a=21 en n=8.
- Stap 2. De macht 8 komt naar voren. De nieuwe macht is 8−1=7.
- Stap 3. f′(x)=8⋅21x7=4x7.
Antwoord: f′(x)=4x7