Theorie
Somregel oefenen
Je gebruikt de somregel als er een plus of een min tussen de delen staat. Je differentieert elke term apart en telt die uitkomsten daarna weer op.
f is de functie die je differentieert. g is de eerste term, h de tweede.
f(x)=g(x)+h(x)f′(x)=g′(x)+h′(x)
Stappenplan
- 0Kijk of er een plus of een min tussen de delen staat. Elke term mag je apart differentiëren. Een min blijft een min: je trekt de afgeleiden van elkaar af.
- 1Noem de hele functie f. Noem de eerste term g en de tweede h. Schrijf f(x)=g(x)+h(x). Bij een min schrijf je f(x)=g(x)−h(x).
- 2Bereken g′(x) en h′(x). Elke term apart, met de machtsregel. Een los getal, zonder x, heeft afgeleide 0.
- 3Tel de afgeleiden op: f′(x)=g′(x)+h′(x). Bij een min trek je ze af. Werk dat uit tot een net antwoord.